Eugene Straver

Eind jaren 70 op een dorstig schoolfeestje kreeg ik een biertje (Heineken) in mijn hand geduwd. Dan maar proeven. Beetje vreemde smaak (vooral het bitter), maar een tweede smaakte beter. Je bent dan verknocht aan bier geraakt. Het biervirus wordt versterkt als wat later een bierpakketje krijgt met o.a. Chimay, Koninck, Gouden Carolus, Duvel. De plaatselijke slijter had nog meer voorbeelden. In het begin lijken de donkere bieren allemaal hetzelfde te smaken.

In de jaren 80 kom je in aanraking met nog meer verschillende bieren via een biercafé in Delft en een studentenvereniging. Via de laatste ook enkele brouwerijen bezocht. Daarbij was Cantillon wel een hoogtepunt en een eye-opener. Dus ook een liefhebber geworden van zure bieren. Maar ook de brouwerijen Duvel, Rodenbach, Hertog Jan, Koninck, Brauerei Feldschlösschen waren leuke ervaringen. Bij de laatste brouwerij wordt voor het eerst een alcohol-vrij bier gepresenteerd, die d.m.v. brouwen geproduceerd werd.

Je leert dan ook verkeerde dingen. Zo weet iemand te vertellen dat een dubbel 2x vergist is en een tripel 3x. Ik vond dit raar vanwege mijn chemische kennis, maar je weet dan niet beter. Tegendeel kan je alleen krijgen door te lezen. In Zwitserland heb ik ook mijn eerste bierboekje gekocht. Later is de bibliotheek uitgegroeid tot een paar duizend boeken. In die periode ontstaan ook enkele kleine brouwerijen in Nederland, die vaak snel ter ziele waren, zoals in Gouda en Hoorn.

Begin 90 gun ik me meer tijd voor het biergebeuren. Zo wordt ik lid van PINT en BAV bij het festival van PINT in Breda. Ook het bokbierfestival ga ik bezoeken. Via het boekje van Peter Crombeek kom je op een proefformulier. Dan wordt het proeven ook bijgehouden door mij. Een andere eye-opener was wel een vakantie in Engeland. Was er ruim 10 jaar ervoor ook geweest en wist het bitter toen goed te waarderen. Maar dan kom je te weten wat een Good Beer Guide is. Dan drink je daarna alleen cask ales. En je wordt lid van CAMRA. Bierfestivals & brouwerijen in UK worden daarna ook terecht vaak bezocht. Ook Belgie & Duitsland worden bezocht. Wat kan rauchbier aldaar goed smaken!

Ondertussen wordt er ook thuis wat geëxperimenteerd. Het is wel een hoop werk. Aangezien je zelf veel op pad bent voor nieuwe bieren raakt dit een beetje op de achtergrond. Iedereen weet dat nu het aanbod erg groot is.

Proeven en een formulier bijhouden deden we al. Ondertussen gaan we de PINT proeverij leiden in Delft, wat ik nu dit jaar al 20 jaar doe. Begin 2000 wil je meer proeven en keuren. Dus volgen we de opleiding van BKG (Bierkeurmestergilde). Best pittig, maar zeer dankbaar dat ik geslaagd ben. Naast de diverse keuringen van BKG word je ook uitgenodigd voor andere keuringen: o.a. Bockbier in Amsterdam en de Brand bierwedstrijd.

Maar bier gaat nog verder. Nadat StiBON een paar jaar draaide en hun kinderziektes kwijt waren, vond ik het tijd om me aldaar aan te sluiten. Een gave niveau 1 in Gulpener in 2016 wordt dit met goed gevolg afgesloten in Oostenrijk in 2017. Dus naast bier moet ik me ook gaan bezig houden met de hapjes erbij e.d. Dit is eigenlijk net zo lastig als je eerste biertje of de eerste keuring die je moet uitvoeren. Dus we moeten dit verder leren en ontwikkelen.

Tenslotte word mij gevraagd een Nederlands gebrouwen bier uit te zoeken. Dat is lastig. Mijn smaakpalllet van bier is erg breed. Weet ook veel bieren te waarderen, tenzij er een brouwfout in zit. Voor mij bestaan er ook geen speciaal bieren, want ook een pils is best wel bijzonder. Met >500 geregistreerde brouwers in Nederland, waarvan er iets meer dan 200 zelf brouwen is de keus reuze. Zelfs uitbestede bieren (huurbrouwers e.d.) kunnen vaak beter zijn dan eigen brouwsels. Maar we proberen er wat van te maken.

Bierkeuze Eugene Straver

Krolse Quibus van Eric’s Beer Craft

Het is natuurlijk een naald in een hooiberg om je beste bier uit te zoeken in de bierplas van Nederland. Ik werd echter bijzonder geraakt door het bier Krolse Quibus van Eric’s Beer Craft (Amersfoort) op het 8ste PINT Utrechtse Bierbrouwers Festival van 12 mei 2018. Quibus (spelling van 1858) is het Latijnse woord voor een zot of gek. En eigenlijk is dit een goede beschrijving van het bier.

Dus ik zou kunnen stoppen met mijn bierbeschrijving op dit moment. Maar dat kan ik jullie niet aandoen. Info van de brouwer. Normaal brouwt Eric een Stoute Quibus (type Belgische stout). Als experiment heeft Eric een Stoute Quibus laten vergisten met de zogenaamde Roeselare gist. Dit leverde een Vlaams bruin bier op met een deels melkzure vergisting. De vergisting is niet in foeders, maar in gewoon stalen tanks. Wel maakt Eric gebruik van Portugese wijn vergistingsvaten.

Maar nu het bier. Dit heldere donker bruine bier werd op het festival getapt. De schuimlaag werd snel minder tot een randje over. Dit maakte wel de weg vrij voor de geur van rins bier met kersen en ander rood fruit. De smaak begon kort licht zoetig en wordt dan rins en er ontwikkeld zich verder een fraaie zurige afdronk. Iets van appelstroop. Maar ook kersen en later wat honing ontbrak niet in de smaak. Het mondgevoel was een licht plakkerig en licht zuurdroog bier. Goede begeleider voor het eten. Het is wel een bier voor liefhebbers. Het kan ook goed gecombineerd worden met eten.

Op het festival stond ik naast een tweetal personen, die normaal wijn sommeliers zijn, maar zich verder wilde ontwikkelen met bier. Zij kwamen al snel op een begeleider voor wild. Het zal ook wel goed doen bij wat vettig voedsel, zoals zalm. Denk ook aan gegrild rood vlees of eend. Zelf denk ik ook aan een krachtige uiensoep op basis van een stevige runderbouillon. Of als begeleider van schimmel- en blauwader-kaas.

En waarom niet een chocolade dessert met stevige verse (rode) vruchten? Nog wat nieuwe info van de brouwer. Ondertussen heeft Krolse Quibus heeft een naamswijziging ondergaan. De naam van het bier is nu Onstuimige Quibus. Dit heeft twee redenen, dit past beter bij het karakter van het bier. De belangrijkste reden is dat Quibus gebruikt wordt als naam voor een kater en kon dus ook nooit krols zijn